
Mediterraan voorjaar in de lage landen. Primavera heet deze lente waar de Spaanse passie en de Italiaanse Romantiek elkaar innig omarmen.
Meesters van het Iberisch schiereiland en de wereld van de flamenco zijn hier het domein van de gitaar. En begeleid door diens virtuoze accoorden komen de liederen van García Lorca en de Falla met hun typische flamenco-ritmiek, volledig tot hun recht. De 19e eeuwse “bel canto” ariettes van Giuliani en de liederen van Sor, vol van frivoliteit, coquetterie en verlangen maken op tastbare wijze de romantiek van destijds voelbaar. Stijlen vloeien naadloos in elkaar over en de voortdurende flirt tussen klassiek en volksmuziek spreekt hierbij op verrassende wijze voor zich.
Repertoire o. a.
Federico García Lorca & Manuel de Falla
Canciones Antiguas Españolas
Mauro Giuliani
Ariettes en cavatinas
Fernando Sor
Seguedillas
Bartók
Roemeense dansen
suitealtviool /piano
Isaac Albeniz en Augustín Barrios Mangoré
Werken voor gitaar solo
Fandangos en guajiras voor gitaar solo